|
Medezeggenschapsraad
Wie neemt op school de
beslissingen?
Op elke school worden belangrijke beslissingen genomen. Beslissingen
die direct te maken hebben met het onderwijs dat wordt gegeven.
Bijvoorbeeld over de groepsindeling. Maar ook beslissingen die
betrekking hebben op de school als geheel, zoals verandering van de
onderwijskundige doelstelling van de school, fuseren met een andere
school…. Bijna teveel om op te noemen…. Iedere school heeft een
directie, die belast is met de dagelijkse leiding op school. Een
school heeft ook een schoolbestuur (bij een openbare school is dat
het gemeentebestuur). Het schoolbestuur is eindverantwoordelijk voor
de beslissingen die worden genomen. Een schoolbestuur neemt
beslissingen niet alleen, maar doet dat in overleg. Net zoals de
regering overleg voert met de Tweede Kamer of een organisatie met de
ondernemingsraad. Het schoolbestuur luistert naar de argumenten die
de medezeggenschapsraad naar voren brengt.
Wie zitten er in de
medezeggenschapsraad?
De samenstelling van de medezeggenschapsraad hangt af van het
schooltype. De raad bestaat in het basisonderwijs uit ouders en
personeelsleden. Ook niet-onderwijsgevenden (conciërges,
administrateurs) kunnen deel uitmaken van de raad. De verdeling
tussen personeel en ouders/leerlingen in de medezeggenschapsraad is
fifty-fifty.
Medezeggenschapsraad
o.b.s. ‘de Tweemaster'
Op dit moment bestaat de Medezeggenschapsraad van o.b.s. ‘de
Tweemaster' uit de volgende personen:
Dhr. S Hovers (vice-voorzitter, oudergeleding)
Tjalk 61, Barendrecht
Tel: 0180-624543
sehovers@hotmail.com
Mw. T.van Santen
(penningmeester, oudergeleding)
Boeier 117, Barendrecht
Tel: 0180 – 621062
tinekevansanten@tiscali.nl
Mw.. J. van den Berg(secretaris, oudergeleding)
Botter 49, Barendrecht
Tel: 0180 – 624877
jtnjvandenberg@wanadoo.nl
Dhr. F. Mahn
(oudergeleding)
Arent Maertensvliet 27,
Barendrecht
Tel: 06-53207861
f.mahn@upcmail.nl
Mw. A. Bezemer (personeelsgeleding)
Mw. N. Vogel (personeelsgeleding) (voorzitter)
Mw. A. Boudewijns (personeelsgeleding)
Mw. J. Clancy-Holleman (adviseur)
Waarover praat de
medezeggenschapsraad?
In feite over alles wat met de school te maken heeft. Elk belangrijk
besluit dat het bestuur wil nemen, moet worden voorgelegd aan de
medezeggenschapsraad (MR). Op zijn beurt kan de MR elk standpunt dat
hij heeft, kenbaar maken aan het bestuur, of daar nu wel of niet om
wordt gevraagd. Als de MR ongevraagd een voorstel doet, dan moet het
bestuur binnen drie maanden gemotiveerd schriftelijk reageren op dat
voorstel. Eén keer per jaar brengt brengt de MR schriftelijk verslag
uit van alles wat hij heeft gedaan. De raad zorgt ervoor dat
iedereen daarvan kennis kan nemen. Vaak zal de raad ook tussentijds
zijn achterban informeren. Zo kunnen alle leerlingen, ouders en
personeelsleden op de hoogte blijven van wat er speelt. In feite kan
de MR dus zorgen voor een grote openheid binnen de school.
Blijft het bij praten
alleen?
De Medezeggenschapsraad praat niet alleen mee, maar geeft ook
adviezen en beslist mee. Daarmee komen we op de twee soorten rechten
die de MR heeft: adviesrecht en instemmingsrecht. Adviesrecht wil
zeggen, dat het schoolbestuur serieus moet reageren op elk advies
dat de MR geeft. Dat betekent echter niet, dat elk advies van de MR
zonder meer overgenomen hoeft te worden. Dat ligt anders voor
beslissingen waarop de MR instemmingsrecht heeft. Het schoolbestuur
kan zonder instemming van de MR dergelijke besluiten niet nemen.
Welke rechten heeft de
medezeggenschapsraad?
Het zou een beetje te ver voeren om hier alle rechten van de
medezeggenschapsraad op te noemen. In grote lijnen komen echter op
het volgende neer. Bij zeven categorieën van beslissingen die het
bestuur neemt, is instemming nodig van de hele MR.
Dergelijke beslissingen
zijn ondermeer:
-
Verandering van de onderwijskundige doelstellingen van de
school. Een voorbeeld hiervan zou kunnen zijn dat een schoolbestuur
wil "overstappen" van traditioneel naar Dalton onderwijs;
-
Vaststelling of wijziging van het schoolwerkplan of het
leerplan. Bij een leerplan komen zaken aan de orde als de
toelatingseisen, de omschrijving van de leerstof, de duur van de
opleiding en in het voortgezet onderwijs de lessentabel;
-
Vaststelling of wijziging van het beleid over de
ondersteunende werkzaamheden van ouders;
-
Vaststelling of wijziging van het schoolreglement.
Adviesrecht heeft de
hele MR bij achttien categorieën van beslissingen die het bestuur
van plan is te nemen.
Daarbij valt te denken aan:
-
Verandering van de grondslag van de school. Bijvoorbeeld van
katholiek naar openbaar onderwijs;
-
Wijziging van het lesrooster (in het voortgezet onderwijs);
-
Fusie met een andere school;
-
Beleid inzake aanstelling of ontslag van de schoolleiding;
-
Regeling van de vakantie.
De verschillende
geledingen in de MR hebben één gemeenschappelijk belang: de school.
Verreweg de meeste bevoegdheden worden dan ook door de MR als geheel
uitgeoefend. Maar soms wordt er een besluit genomen dat voor de ene
geleding zwaarder telt dan voor de andere. In dat geval heeft de één
instemmingsrecht en de ander adviesrecht. Kortom: geen van de
geledingen staat ooit "buitenspel". Het is mogelijk dat een school
wil afwijken van de wettelijke verdeling van advies- en
instemmingsrechten, bijvoorbeeld door bij bepaalde categorieën van
beslissingen het adviesrecht te veranderen in instemmingsrecht of
andersom. Dat kan echter alleen wanneer tweederde van de MR en het
schoolbestuur achter zo'n afwijkende verdeling van rechten staan.
Medezeggenschap en
ouders/leerlingen
Ouders en leerlingen hebben een belangrijke stem in het kapittel.
Het bestuur heeft hun instemming nodig voor onder andere
beslissingen over de bestemming van de ouderbijdrage en
voorzieningen voor de leerlingen. Natuurlijk hebben ouders en
leerlingen ook instemmingsrecht op het leerlingenstatuut. Daarin
kunnen zaken worden geregeld als het aantal proefwerken per dag, de
gevolgen van spieken of het aantal schoolfeesten. Maar ook op minder
"alledaagse" onderwerpen hebben ouders en leerlingen invloed. Zo
hebben zij adviesrecht als er besluiten moeten worden genomen over
bijvoorbeeld de grondslag van de school of samenwerking met een
andere school en instemmingsrecht op de gevolgen die zulke besluiten
voor hen hebben.
Medezeggenschap en het personeel
De personeelsgeleding heeft instemmingsrecht bij beslissingen die
haar rechtstreeks raken. Vaststelling of wijziging van het
formatieplan, het nascholingsbeleid en de taakbelasting van het
personeel, zijn daar slechts enkele voorbeelden van. Bovendien: bij
bepaalde besluiten die gevolgen hebben voor het personeel, zoals
bijvoorbeeld bij verandering van de grondslag van de school, heeft
de personeelsgeleding instemmingsrecht op de regeling van deze
gevolgen. Zaken die betrekking hebben op de rechtspositie van het
personeel, maar ook de grote lijnen van het personeelsbeleid worden
geregeld in het zogenoemde Decentraal Georganiseerd Overleg (DGO).
Het DGO kan besluiten deze zaken over te laten aan de
personeelsgeleding van de MR.
Medezeggenschap en het
schoolbestuur
Het schoolbestuur doet een voorstel voor een medezeggenschapsraad
reglement. Dit wordt als definitief aanvaard wanneer ministens
tweederde van de medezeggenschapsraad met het voorstel instemt.
Verder dient het schoolbestuur tijdig alle inlichtingen te
verschaffen die de MR nodig heeft, ook als de MR daar niet zelf om
vraagt. Het bestuur moet de MR zelfs onmiddellijk informeren zodra
er plannen bestaan voor:
Verandering van de grondslag of de onderwijskundige doelstelling van
de school;
Een fusie;
Beëindiging, inkrimping of uitbreiding van de school.
Jaarlijks moet het
schoolbestuur de MR informeren over onderwerpen als het algemene
schoolbeleid en de taakverdeling tussen schoolbestuur en directie.
Minstens twee keer per jaar dient het bestuur de MR gelegenheid te
geven de gang van zaken op school gezamenlijk te bespreken.
Medezeggenschap en de
directie
Het is mogelijk dat het schoolbestuur de directeur vraagt om namens
haar de besprekingen met de medezeggenschapsraad te voeren. Dat kan
handig zijn als het schoolbestuur meerdere scholen onder zich heeft.
Treedt de directeur namens het bestuur op, dan kan hij of zij géén
lid zijn van de MR. Twee verschillende petten op hebben, zoiets
werkt verwarrend.
Hoe wordt een belangrijk
besluit genomen?
De wet onderscheidt enkele belangrijke besluiten waarbij de MR
adviesrecht heeft op het besluit zèlf en instemmingsrecht op de
gevolgen van dat besluit. Een voorbeeld van zo'n besluit is een
fusie.
Hoe zou het overleg over een dergelijk belangrijk onderwerp kunnen
verlopen?
-
STAP 1:
Op het moment dat het schoolbestuur overweegt om een fusie aan te
gaan, stelt zij de MR daarvan onmiddellijk op de hoogte. Het
bestuurverschaft de MR alle inlichtingen. Dat gebeurt meestal in een
gesprek tussen het bestuur en de MR.
-
STAP 2:
Als het schoolbestuur nu daadwerkelijk besluit dat het een fusie wil
aangaan met een andere school, dan moet het de MR officieel advies
vragen.
-
STAP 3:
De MR bespreekt dit voornemen in één of meer vergaderingen, bepaalt
zijn standpunt en brengt vervolgens schriftelijk advies uit. Het
advies wordt besproken in een vergadering van bestuur en MR.
Uiteindelijk reageert het bestuur hierop schriftelijk en
gemotiveerd.
-
STAP 4:
Stel, dat het schoolbestuur na dit advies beslist om tot fusie over
te gaan, dan mag het dit proces nog niet in gang zetten. Eerst moet
het bestuur de gevolgen van de fusie in kaart brengen.
-
STAP 5:
Het bestuur presenteert de MR een plan waarin de gevolgen van de
fusie voor de ouders/leerlingen en het personeel worden geschetst.
Daarin staat bijvoorbeeld aangegeven wat de fusie betekent voor de
grootte van de klassen of de werkgelegenheid aan de school.
-
STAP 6:
Vervolgens bespreekt de MR dit plan. De personeelsgeleding moet
instemmen met de gevolgen voor het personeel en de
ouders-/leerlingengeleding moet instemmen met de gevolgen voor de
ouders en leerlingen. (Overigens zal het in het voortgezet onderwijs
vaak voorkomen dat de gevolgen voor het personeel niet in de MR
worden behandeld, maar in het overleg tussen het bestuur en de
personeelsorganisaties, het Decentraal Georganiseerd Overleg).
-
STAP 7:
Pas als het bestuur van beide geledingen de instemming heeft
verkregen, mag zij de fusie daadwerkelijk uitvoeren.
In dit voorbeeld is een
duidelijk onderscheid gemaakt tussen het advies over de fusie zèlf
en de instemming met de gevolgen van de fusie. Soms kunnen die twee
echter niet zo gemakkelijk los van elkaar worden gezien. Het kan
daarom voorkomen dat beide procedures tegelijkertijd worden
doorlopen. Stel dat het schoolbestuur en de MR er niet met elkaar
uitkomen en er een ernstig conflict ontstaat. Dan kan de
geschillencommissie worden ingeschakeld. Deze onafhankelijke
commissie van deskundigen kan een bemiddelingsvoorstel doen en, als
dat niet helpt, een bindende uitspraak doen.
Is de Wet medezeggenschap onderwijs voor elke school verplicht?
De wet op de medezeggenschapsraad geldt in principe voor alle
scholen, behalve voor hoger beroeps- en universitair onderwijs. Dat
wil zeggen voor scholen in het basisonderwijs, (voortgezet) speciaal
onderwijs, voortgezet onderwijs, middelbaar beroepsonderwijs en
instellingen voor volwasseneducatie. Maar zoals bij elke regel
gelden ook hier uitzonderingen. Scholen die op grond van een
godsdienstige of levensbeschouwelijke grondslag geen MR willen,
kunnen aan de minister ontheffing vragen. Uiteraard moet zo'n
verzoek op goede gronden zijn gebaseerd. Bovendien moet tweederde
van de ouders/leerlingen en het personeel erachter staan. Als een
school geen leerlingen in de MR wil, kan ook een verzoek voor
ontheffing worden ingediend, dat ondersteund moet worden door
tweederde van de personeelsleden en ouders. Beide verzoeken
|